De verdediging van het Nederlands is meer dan ooit nodig.

Afbeelding: 
Onze taal wordt bedreigd op vele fronten. Er is nog steeds, en meer dan ooit misschien, de respectloze houding van een massa Franstaligen in dit land t.o.v. onze taal.  Want vergis u niet, vijf jaar ogenschijnlijke communautaire vrede heeft daaraan niets veranderd. Twee voorbeelden uit de kranten van de jongste dagen:

–        De kennis van het Nederlands bij de Brusselse politie blijft ondermaats en gaat er nog op achteruit. Het zal je als moeder maar overkomen om op het politiebureau van Sint Gillis te vernemen dat je zoon “verdronken” is terwijl hij alleen maar werd opgepakt wegens openbare dronkenschap.

–        De kersvers benoemde eerste voorzitter van het Brusselse Hof van beroep krijgt geen enkele Nederlandse zin uit haar strot. Onze poetsvrouw uit Mongolië, beste vrienden sprak na twee jaar in dit land vloeiend Nederlands.

 

Over de verengelsing van het hoger onderwijs hebben we het al uitgebreid gehad. Spijtig genoeg staat de motor van deze noodlottige machine in het noorden. Logischerwijze neemt hierdoor ook de belangstelling van jonge mensen om Nederlandse taalkunde te gaan studeren, dramatisch af en dreigen opleidingen in het gedrang te komen. Moeten we binnenkort misschien docenten uit Polen gaan invoeren om de kinderen op onze scholen Nederlands te leren ?

 

Een derde bedreiging voor onze taal is het cultuurrelativisme en het cultuurprovincialisme. Ik erger me blauw wanneer ik het belang van de standaardtaal meer en meer hoor minimaliseren door mensen die zich interessant willen maken. Die allerlei regionale varianten en dialecten toch zoveel gezelliger vinden dan het standaard Nederlands en die het belang van grammatica  en syntaxis wegrelativeren omdat het volgens hen toch zoveel democratischer is om iedere subcultuur en ieder groepje rond de kerktoren zijn eigen kromtaaltje te gunnen. Het is ook vanuit diezelfde cultuurrelativistische hoek dat men poogt een wig te drijven tussen Noord en Zuid en in een Belgische context speelt dat alleen in de kaart van onze tegenstanders.

 

We zijn staatkundig gescheiden maar we hebben een gemeenschappelijke taal en die is niet Vlaams of Hollands of Vlemsch of Brabants of Limburgs of wat dan ook maar Nederlands. Daaraan mogen we nooit laten tornen.

 

Peter De Vos

Algemeen Protocolmeester