Zuid-Oost Vlaanderen vzw

  • 50 JAAR MARNIXRING - Toespraak van Veerle Cosyns - Schepen van Cultuur Stad Ninove

    Beste Burgemeester, Beste Voorzitter

    Beste Bestuursleden,

    Beste genodigden ,

     

    Als schepen van cultuur heet ik u allen welkom op deze jubileumviering 50 jaar Marnixring Zuid-Oost Vlaanderen. Er werd mij  voor vandaag gevraagd om iets te vertellen over het belang van cultuur, het culturele verenigingsleven in Ninove en bij uitbreiding in Vlaanderen. Ik ga graag op deze vraag in en vertrek daarbij van een stelling die ik laatst las in een interview met Peter de Caluwe, directeur van de Munt, onze nationale opera. “Cultuur moet meer in de verf zetten wat zijn functie is. Cultuur draagt bij aan welzijn, voedt het maatschappelijk debat, versterkt de solidariteit. Daarom zijn middelen voor cultuur geen subsidie maar een investering.” En ook Wim van Gelder, de Nederlandse covoorzitter van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen- Nederland, beklemtoonde recent het belang van kunst en cultuur voor onze samenleving in al haar facetten.

    Niet alleen het socio-culturele belang van cultuur an sich en de maatschappelijke rol die cultuur speelt, maar ook de economische functie van cultuur. Als een maatschappij op cultureel vlak stagneert, kan ze geen vernieuwende economie ontwikkelen, omdat de zo noodzakelijke creativiteit die daaraan ten grondslag ligt, onderdrukt wordt. Cultuur is immers wat een mens tot iets anders maakt dan alleen maar een ongelukje van het universum, wist dan weer André Malraux, Frans schrijver en ooit minister van cultuur in zijn land. Ik voeg aan de wijze woorden van deze mannen graag nog toe dat cultuur ook mensen kritisch laat nadenken. In tijden waar populistische praatjes en simplistische slogans bij politici en in de sociale media hoogtij vieren, biedt cultuur stof om hiertegen weerwerk te bieden.

     

    Het is dus hoog tijd dat politici en burgers zich meer en explicieter laten horen in het debat over cultuur- en kunstenbeleid. We hoeven maar even rond te kijken in sommige buurlanden, in Vlaanderen en in meer dan één Vlaamse stad of gemeente om vast te stellen dat dit beleid en de middelen ervoor onder druk staan. Kunst aanleren op school, het bezoek aan culturele evenementen bevorderen, het ondersteunen van kunstenaars en hun projecten, zuurstof geven aan onze verenigingen, kortom, investeren in cultuur is voor onze samenleving broodnodig. En toch is dit blijkbaar het eerste departement dat klappen krijgt als het economisch minder goed gaat.

     

    Ik geef dit alles als inleiding omdat ik als .schepen van cultuur van de stad Ninove oprecht meen dat we met het stadsbestuur voluit moeten durven investeren in kunst en cultuur. De budgetten mogen naar mijn mening zeker nog groter zijn, maar toch denk ik dat we het als stad de laatste jaren absoluut niet slecht hebben gedaan. Terwijl vele andere steden en gemeenten besparen op cultuur, hebben wij onze budgetten verhoogd, zowel voor het cultuurcentrum De Plomblom als voor de dienst cultuur en de bibliotheek. We hebben ook aanzienlijk meer geïnvesteerd in de subsidies aan de culturele verenigingen. In 2017 zat er zo’n 27 000 euro extra in de subsidiepot. Op die manier konden verenigingen die hard werken en veel activiteiten organiseren, beloond worden met een extra activiteitentoelage. Met als resultaat dat de Ninoofse culturele verenigingen vorig jaar ongeveer het 4- tot 10-dubbele ontvangen hebben ten opzichte van vroeger. Het spreekt vanzelf dat we deze positieve evolutie de komende jaren zullen verder zetten. Daarnaast is ook het uitlenen van materiaal voor het organiseren van activiteiten sedert vorig jaar voor alle verenigingen gratis geworden.

    Ik vind deze opwaardering correct en terecht. Onze stad beschikt immers over bijna honderd socio-culturele verenigingen, met daaraan gekoppeld enkele duizenden vrijwilligers. Deze verenigingen en hun vrijwilligers brengen de dorpen en onze stad tot leven met hun talrijke socio-culturele activiteiten. Ik heb veel bewondering voor onze Ninoofse verenigingen. Stel je maar eens voor dat al deze honderd verenigingen, de duizenden vrijwilligers eraan verbonden plots zouden beslissen dat ze liever hun tijd voor TV willen vermaffen dan deel uit te maken van een vereniging? Het zou een ontzettende verarming zijn van het sociale leven in Ninove. Want deze vrijwilligers zetten zich met hart en ziel in om via hun vereniging een warmere samenleving te realiseren dankzij ondermeer de hechte vriendschappen die zich vaak vormen in zo’n vereniging. Zij zijn de ambassadeurs die hun vereniging in de schijnwerpers zetten, hun leden sensibiliseren en in de stad en onze dorpen voor enig zout op de patatten zorgen. Gemis aan verenigingen zou niet alleen een sociale verarming zijn, ook op cultureel vlak zouden we heel wat moeten missen. Naast de culturele stadsdiensten zorgen onze verenigingen immers voor theater, muziek, culturele lezingen, allerhande workshops, fotografie enzovoort. Ik ben onze verenigingen daar ontzettend dankbaar voor

    De verenigingen zijn zonder twijfel een van de weinige antidota tegen het groeiend egocentrisme in de maatschappij. Ze verbinden mensen als geen ander. Ik trap dan ook een open deur in als ik beweer dat het floreren van het verenigingsleven recht evenredig is met het welzijn en de voortvarendheid van het dorp waarin dit verenigingsleven bloeit. Sociologen omschrijven het verenigingsleven vaak als ‘het sociaal kapitaal’. Netwerking, veralgemeend vertrouwen en wederkerigheid zijn de fundamenten van dit sociaal kapitaal. Het kost vaak bloed, zweet en af en toe een traan om het financiële plaatje van de vereniging rond te krijgen. De zoektocht naar de broodnodige centen om zijn werking optimaal te kunnen ontplooien, speelt binnen een vereniging een steeds prominentere rol. Het sociale kapitaal heeft dus ironisch genoeg ‘gewoon’ kapitaal nodig om zich te kunnen handhaven. Onze verenigingen op een goeie manier ondersteunen van het beleid is daarom niet alleen een blijk van waardering voor het vele werk dat ze hier verzetten, maar ook een must om ervoor te zorgen dat mensen zich blijven engageren in het verenigingsleven en dat het verenigingsleven kan blijven bestaan.

    De impact van het verenigingsleven is niet alleen in onze stad en zijn dorpen groot. Uit een studie van de katholieke hogeschool Leuven in vijf plattelandsdorpen van Vlaams-Brabant blijkt dat één op de vijf inwoners actief lid is van een vereniging. Ongeveer 1 op 3 inwoners is passief lid. Deze leden blazen het dorpsleven heel wat dynamiek in. Want wie lid is van een vereniging, neemt vaak deel aan meerdere activiteiten in een dorp. Maar via de verenigingen worden ook gemeenschappelijke problemen (van een tekort aan goedkope lokalen tot slechte wegen) op de agenda van de lokale politiek gebracht. Verenigingsleden zijn volgens de onderzoekers dus duidelijk een vorm van sociaal kapitaal op het platteland. “Ze denken minder aan hun eigenbelang. Ze willen anderen helpen en zelf geholpen worden. Ze voelen zich niet machteloos tegenover de politiek, en ze voelen zich verantwoordelijk voor het reilen en zeilen in hun dorp”, heet het.

    Deze sociale component, die zo eigen is aan het verenigingsleven, is tevens het maatschappelijk 'Halt!' tegen het kille en koele neoliberalisme dat onze prachtige, gezellige Vlaamse samenleving somber en grauw laat lijken door alles te reduceren tot voor of tegen, tot economische groei of besparing. Voor vele leden is ‘betrokken zijn’ in het verenigingsleven zelfs een vorm van zingeving, biedt het een warm gevoel van cohesie. Geen wonder dus dat zovele mensen zich belangeloos inzetten om het voorbestaan van hun vereniging te vrijwaren en dat ze avonden opofferen om te vergaderen en weekends om activiteiten te organiseren.

    Maar laat dit ook duidelijk zijn: een tijdsgeest waarin niet alleen ‘individualisme’ maar ook ‘ druk,druk,druk’ de ondertoon vormt, is niet bepaald stimulerend om mensen de stap naar het verenigingsleven te laten zetten. Dat is een klacht die ik oh zo vaak hoor: dat het moeilijk is om nieuwe mensen in een vereniging binnen te loodsen, waardoor het werk voor zij die al langer meedraaien steeds zwaarder wordt. Zeker jonge mensen laten zich moeilijk verleiden om aan het verenigingsleven deel te nemen. Maar misschien ligt hier wel een uitdaging voor de vereniging zelf om zich wat anders op te stellen. Wat jonge mensen vandaag de dag onderscheidt van vroegere generaties, is dat ze denken volgens projecten. Ze laten zich minder verleiden tot langdurige engagementen waarvan het resultaat niet meteen zichtbaar en meetbaar is. Resultaten zichtbaar maken, daar gaat het vaak bij jongeren om. Ellenlange vergaderingen over telkens weer dezelfde punten passen niet in dat plaatje. Ik zou hier de vraag durven stellen wie er het 'saaist' geworden is. De oudere garde, die tweewekelijks of maandelijks kasverslagen en ledenbestanden herkauwt, maar op het einde van de vergadering wel gezellig samen een Witkap drinkt? Of de twintigers tot veertigers, die willen meewerken om iets op poten te zetten, maar op voorhand wel willen weten of resultaat en succes gegarandeerd is en daarvoor niet noodzakelijk nog eens een vergadering willen beleggen. Want er is ook nog de zorg om het gezin, en voor meer dan één professionele bijverdienste na de uren. Ik wil hiermee zeggen dat het niet goed is jonge mensen te overbevragen. Het is een neiging die verenigingen vanuit hun gretigheid soms hebben: direct teveel willen van nieuwe krachten. Goede initiatieven doen straffe persoonlijkheden opvallen. Er wordt van hen heel snel verwacht dat ze zouden meedraaien in de reguliere werking en dat ze méér van die goede initiatieven van naaldje tot draadje zouden uitwerken. Maar er wordt vooral ook van hen verwacht dat ze bij pot en pint zouden mee discussiëren over ledenbestanden en kasverslagen. Een betere manier om jonge gegadigden op en af te branden kan je nauwelijks bedenken. Mijn advies aan de verenigingen is: als je niet wil dat jonge witte raven jaar na jaar witter worden, tot je ze niet meer ziet zitten, heb dan respect voor het projectmatige denken in het verenigingsleven. Laat jongeren een project uitwerken, van naald tot draad, en aanvaard dat niet iedereen staat te springen om meteen een bestuursfunctie op te nemen en met administratie bezig te zijn. Geef hen tijd om te groeien.

    Beste mensen: kunst, cultuur, creativiteit in al zijn hoedanigheden en daarmee verbonden het verenigingsleven verdienen de volle aandacht van beleidsmakers én van de bevolking. Het is niet alleen een doel, maar meer nog een middel. Een middel om je bewust te worden van wat er in je omgaat, een middel om te ontspannen, een middel om mensen te ontmoeten, een middel om je wereld te verruimen, een middel om kennis te vergaren, na te denken en stil te staan. Met de glimlach zich belangeloos inzetten voor een gemeenschappelijk doel binnen zijn vereniging, is zoveel meer bevredigend. Het gevoel dat je samen met anderen iets betekent voor iets of iemand schept een genoegen dat financiële rijkdom nooit kan verschaffen. Daarom moeten we zorgzaam omspringen met het  sociaal kapitaal dat binnen verenigingen aanwezig is. We moeten het koesteren. We moeten er in investeren. Niet alleen met de onontbeerlijke centen maar ook met tijd en betrokkenheid. We moeten met het verenigingsleven blijvend de stempel drukken op de gemeenschap, op ons dorp en onze stad.

    Beste voorzitter, bestuursleden, medewerkers: al wat ik daarnet noemde, dat is wat jullie betekenen in onze stad en regio. Al vijftig jaar lang. Ik wens jullie nog vele jaren vol passie voor kunst en cultuur. Ik wens jullie veel creativiteit en volharding om nog vele jaren voort te doen zoals jullie bezig zijn, met een mooi aanbod, met af en toe nieuwe enthousiaste leden. Ik bied jullie voor jullie verjaardag graag nog een kleine attentie aan voor op een volgende ledenvergadering. Dank u!!

     

  • 50 JAAR MARNIXRING : Jubileumconcert

     

    Jubileumjaar schitterend ingezet te Ninove !

     

    Op 25 februari 2018 vierde ring 1, Zuid-Oost Vlaanderen vzw, haar tiende lustrum en dat was meteen het startschot voor de viering van 50 jaar Marnixring Internationale serviceclub. In de meest prestigieuze locatie die men zich in Ninove kan voorstellen, de monumentale abdijkerk, brachten het koor Gaudicanto, onder leiding van Marc Gerain en orgelist Joris Verdin een gevarieerd concert met uitsluitend werken van componisten uit de Lage Landen. De talrijke aanwezigen luisterden eerst naar de Marnixhymne van Willy Appermont, vervolgens kwamen werken van Lupus Hellinck, Adriaan Willaert, Kristiaan Van Ingelgem, Abraham van den Kerckhoven, Peter Benoit e.a. aan bod.

    Bijzonder veel aandacht ging naar ‘In Vredesnaam’,  een compositie van Marnixringstichter Jos Mertens op een tekst van de Ninoofse stadsdichter Willy Verhegghe. Het concert werd afgesloten met een korte toespraak van Algemeen Voorzitter Jan Verleysen, die aan de 400 toehoorders de werking van de Marnixring verduidelijkte.

     

    Voorafgaand aan het concert was het stichtingslokaal in ‘De Kalvaar’ te Voorde overvol gelopen met Marnixvrienden en -vriendinnen voor de academische zitting. Het eerste woord was voor medestichter Jos Mertens die een bijwijlen emotionele toespraak hield over het ontstaan van de Marnixring. Zijn hartewens, ‘ Hou onze Marnixring in stand en verdedig onze taal en cultuur met hand en tand… en met verstand ! ’ lokte een stormachtig applaus uit.

    Veerle Cosyns, schepen van cultuur van de stad Ninove schetste een beeld van de bijzondere waarde van het verenigingsleven in Vlaanderen en eindigde haar betoog met boeiende raadgevingen over hoe men in een vereniging het best omgaat met nieuwe leden. Wij nemen de tips mee.

     

    De bekende journalist en columnist Rik Van Cauwelaert, erepenningdrager van de Marnixring nota bene, trok van leer tegen de rage van de verengelsing in het Hoger Onderwijs.  Daarbij citeerde hij o.m. Bruno De Wever die in ‘Wetenschappelijke Tijdingen’ de vinger op de wonde legde. De mantra is dat de Vlaamse universiteiten meer in het Engels willen gaan onderwijzen om de concurrentiestrijd op de 'onderwijsmarkt' niet te verliezen. Het gaat daarbij in de eerste plaats om het aantrekken van meer buitenlandse studenten. Als men op die weg voortgaat is de vrees gegrond dat  Nederlandstalig Hoger Onderwijs tweederangs wordt. Bovendien is dat slecht nieuws voor Vlaamse studenten die bij de overstap van Middelbaar naar Hoger Onderwijs een bijkomende kloof moeten overbruggen.

     

    We beleefden een bijzonder moment toen ringvoorzitter Paul-Emiel Geerts de drie nog levende stichters (1968) Jos Mertens (MR Zuid-Oost Vlaanderen), Luc Descamps (MR Kortrijk Broel) en André Monteyne (MR Brussel Hoodstad) in de bloementjes zette. Alhoewel, bloemen is veel gezegd, het was Champagne!

     

    Met het zingen van ‘De Vlaamse Leeuw’ werd het academisch gedeelte afgesloten, waarna Marnixvriedschappen werden herbevestigd op de receptie.

     

    De videoreportage van deze academische zitting kan men hier bekijken.  

     

    Verslag: Marc Bulté,  Marnixring Zuid-Oost Vlaanderen

     

  • Recente verslagen
    Er zijn momenteel geen activiteiten voor deze ring opgeladen.
  • Blogs
    Jubileumconcert met koor GAUDICANTO o.l....
    Zondag 25 februari 2018 ...
  • Contactgegevens
    Telefoon: 054 50 44 35
    GSM:
    E-mail: marnixringninove@hotmail.be
    Adres:
                  Brakelsesteenweg 562
                  9400
                  Voorde
  • Activiteiten
    Er zijn momenteel geen activiteiten voor deze ring opgeladen.
  • Despauterius Culturele Projecten
     

    Despauterius Culturele Projecten is het ringproject van Marnixring Zuid-Oost Vlaanderen (Ninove)

     

    Wie was Johannes Despauterius ?

    Ninove, ° (rond 1480) – Komen, (1520) was een vooraanstaand Vlaams humanist.

    Despauterius, geboren als Jan de Spauter (ook wel Despauter of De Spouter), gaat op achttienjarige leeftijd naar het humanistisch college De Lelie in Leuven. Na drie jaar studie is hij Meester in  de  Kunsten, wat betekent dat hij de Latijnse grammatica, de rhetorica, de dialectica en de musica beheerst. Verder blinkt hij uit in de arithmica, geometrica en de astronomica. Na deze studies begint hij ook les te geven en laat hij zich, naar het gebruik in die tijd, Despauterius noemen.

    Na enkele jaren stelt hij een grammatica op die snel een weg vindt naar het talenonderwijs in de Nederlanden, Frankrijk en overig West-Europa. Tot in de 19de eeuw kent zijn spraakkunst in zeven boekdelen meer dan 400 herdrukken.

    De naam van zijn geboortestad Ninove staat zelfs gedurende eeuwen op de kaften van de schoolboeken Latijn vermeld in bijna heel West-Europa. 

    Tijdens zijn leven raakt Despauterius een oog kwijt, wat een beetje zijn grafschrift verklaart:

     “ Hier ligt de eenogige, die nochtans scherper zag dan Argus. Dien het Vlaamse Ninove voortbracht en missen moest. Hij stierf in 1520 en ruste in vrede “.

     Zijn standbeeld, ontworpen door René Daelman, ook een Ninovieter, staat in de Despauteerstraat, tegenover de Openbare Bibliotheek van de stad Ninove. Het stedelijk museum beschikt over een schilderij dat deze humanist voorstelt.


    Het eerstvolgende Despauteriusconcert gaat door op zondag 21 oktober 2018 in de Sint-Amanduskerk te Aspelare om 15.00 u. Voor dit 10e Despauteriusconcert kozen we voor het 12-koppig koperblazersensemble O’Brass.  O’Brass was in 2014 laureaat van Klara’s Supernova-wedstrijd. Na afloop is er een receptie in buurthuis Hofstad. Het concert en de receptie worden gratis aangeboden in het kader van dienstvaardigheid.

    Sponsors mogen zich melden. 

     

  • Nieuws
    Het nieuwe ERFRECHT...
    SUCCESSIEPLANNING...
    De Kop van Jut, etc......
    Graaien in de schatkist van onze taal. ...
    50 JAAR MARNIXRING...
    Zondag 25 februari 2018...
    Klassiek concert...
    Toegang en receptie gratis!...
  • Projectinformatie
    Er is momenteel geen projectinformatie beschikbaar voor deze ring.