Avond van het Nederlands - Invloed van het Engels op het Nederlands - november 2014

Na de maaltijd brengt Eline Zenner, postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven, haar bevindingen over de invloed van vreemde talen op het Nederlands naar voor. De ongeziene positie van het Engels in de wereld heeft al heel wat aandacht gekregen, zowel van taalkundigen als van leken. Maar hoe zit dat nu precies met de invloed van het Engels op het Nederlands?

Verslag

 

 Frank G. Verwelkomt de aanwezigen en vermeldt de verontschuldigingen.

Op het menu: Witloof velouté en als hoofdgerecht, improvisatie met parelhoen en groentekrans!

In de novemberbijeenkomst wordt het nieuwe bestuur gekozen. In aanwezigheid van partners en gasten worden de doelstellingen voorgelezen, het verkiezingsreglement kort uitgelegd en de bestuursleden, in alle discretie, gekozen.

Zijn niet verkiesbaar Frank DP & Guido (3 jaar bestuurslid), Rik, Lieven,  Mieke, Patrick (om persoonlijke reden) en Jan Barbrie en Oliver (< 1 jaar lid)

De bestuursleden worden gekozen in twee beurten: Jan D(penningmeester), Frank G (protocolmeester), Chris (secretaris), Machtelt (ondervoorzitter) en Hans (voorzitter).

Hans dankt de leden, hij ziet het helemaal zitten. De Marnixring als sociaal netwerk geeft hem een goed gevoel. De vriendschap die in onze ring heerst vindt hij erg belangrijk. Over zijn beleid wil hij eerst nadenken maar hij kijkt nu al uit naar de samenwerking. Samen met het bestuur wil hij de ring voorzien van de nodige impulsen voor een actieve werking.

“De Marnixring koos voor mij en ik kies dit jaar helemaal voor de Marnixring” besluit Hans

 

Voorzitter Frank leidt de spreker in. Met de bulshit-bingo brengt hij het probleem op tafel.

Moeten wij reageren zoals Samuel Amsing “ Broeders wij zijn verraden!” Hij en gans het Amsing genootschap traden op tegen het gebruik van leenwoorden in het Nederlands. Taal is belangrijk voor een volk. Daarom vragen wij ons af of het Nederlands de 21ste eeuw overleeft.

Eline Zenner studeerde Germaanse talen (Nederlands en Engels) aan de KU Leuven van 2003 tot 2007. Ze begon aan de opleiding met een sterke interesse voor literatuur, maar algauw werd ze gepassioneerd door taalvariatie en sociolinguïstiek. Ze specialiseerde in taalkunde, en bereidde binnen dit veld een doctoraat voor, dat ze verdedigde in maart 2013.

Momenteel is Eline postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven, waar ze de invloed van vreemde talen op het Nederlands bestudeert, met speciale aandacht voor de verspreiding van het Engels. In haar onderzoek combineert ze inzichten uit cognitieve linguïstiek, contactlinguïstiek en corpuslinguïstiek. Haar voornaamste doel is het proces van ontlening en variatie in ontleenbaarheid beter te begrijpen. Hiertoe introduceert ze onder meer interferentiële statistiek en experimentele methodes in het leenwoordonderzoek.

Het onderwerp: You say potato, I say patatje, de macro-, meso- en micro-invloed van het Engels op het Nederlands. De ongeziene positie van het Engels in de wereld heeft heel wat aandacht gekregen, zowel van taalkundigen als van leken. Maar hoe zit het nu precies met de invloed van het Engels op het Nederlands?

In deze lezing bestuderen we de Nederlands-Engelse situatie op drie niveaus van taalcontact: het macroniveau (het gebruik van Engels als voertaal), het microniveau (ontlening aan het Engels) en het mesoniveau (code-switching en ontleende vaste uitdrukkingen). Meer specifiek komen drie verschillende onderzoeken rond de invloed van het Engels op het Nederlands aan bod.

De eerste studie is gebaseerd op 16000 personeelsadvertenties die tussen 1970 en 2008 gepubliceerd werden in het Vlaamse vacaturemagazine Vacature en het Nederlandse Intermediair. Het hoofddoel van deze studie is om het gebruik en de verspreiding van Engels op twee niveaus te vergelijken. Aan de ene kant, wat bepaalt de keuze om een advertentie helemaal in het Engels op te stellen (tegenover het gebruik van Nederlands als dominante taal) (macroniveau)? Aan de andere kant, voor Nederlandstalige advertenties, wat bepaalt of er Engelse woorden worden gebruikt in de functietitel (microniveau)?

De belangrijkste doelstelling van de tweede studie is het vergelijken van de gebruiksfrequentie van Engelse leenwoorden (bv. soulmate) met die van hun Nederlandse alternatieven (bv. zielsvriend). Soms is het leenwoord populairder dan het Nederlandse woord (bv. hooligan vs. voetbalvandaal), soms omgekeerd (bv. doorzetter vs. survivor). Welke kenmerken van de leenwoorden kunnen die variatie in het succes van leenwoorden (relatief t.o.v. de synoniemen) verklaren?

De laatste studie neemt een meer sociaal perspectief: in welke contexten gebruikt wie, wanneer, waarom Engels? Hiertoe analyseren we het taalgebruik van de deelnemers aan drie seizoenen van de reality-soap Expeditie Robinson. Meer specifiek richten we ons op het gebruik van Engels in uitroepende zinnen (bv. oh shit, da meende nie). We vinden meer Engels bij jonge urban profesionals met een hogere opleidingsgraad, meer Engels bij mannen dan bij vrouwen, meer Engels bij het uiten van negatieve gevoelens, maar er is geen verschil tussen Nederlanders en Vlamingen. We stellen vast dat de media een belangrijke rol spelen bij het overnemen van uitdrukkingen. Verder leert deze studie ons dat er een belangrijke impact van Engelse uitdrukkingen en woorden op het taalgebruik is, maar dat er geen code-switching. Taal wordt vooral gebruikt  voor communicatie met de ander, maar soms wordt taal ook gebruikt als uiting van de eigen cultuur en de specifieke identiteit van een volk. De houding van de volgende generatie zal bepalen of het Nederlands al of niet de bedreiging van het Engels overleeft.

De vragen achteraf betroffen: Vormt lesgeven in het Engels een risico voor het Nederlands? Worden Vlaamse uitdrukkingen soms in het Engels overgenomen? Heeft de migratie een invloed op het gebruik van  het Engels in onze taal? Taal heeft naast het communicatie-aspect, een cultureel aspect, de rijkdom van de taal. Wordt de invloed van Engels daarop bestudeerd?

(verslag Chris)

Ring:
Veurne Zannekin
Datum:
24-11-2015